Geschreven door Anouar Znagui Hassani, bijgewerkt op 3 juli 2026 · Bron: Gemeente Estepona (erfgoed)
5.000 jaar geleden: de dolmens van Corominas
De oudste bewoners van Estepona lieten hun sporen na in steen. De necropolis van Corominasbestaat uit vijf megalitische graven van zo'n 5.000 jaar oud: de zuidelijkste megalietnecropolis van Andalusië en het oudste monument van de hele Costa del Sol. De dolmens werden pas in 2000 ontdekt, bij werkzaamheden aan de snelweg, en vervolgens steen voor steen verplaatst naar het park Los Pedregales. Daar toont een ondergronds interpretatiecentrum ze sinds 2007 in hun originele opstelling, samen met de grafvondsten: aardewerk, pijlpunten, bijlen en kralen van halfedelsteen en doorboorde schelpen van tientallen begraven individuen.
Romeins Estepona: baden aan zee
In de oudheid lag op het grondgebied van Estepona de nederzetting Salduba, een plek met een natuurlijke haven die al in Fenicische tijd bewoond was. Het indrukwekkendste Romeinse overblijfsel is de Villa Romana de las Torresbij de rivier Guadalmansa: een luxueuze kustvilla uit de 1e tot 5e eeuw, met eigen badhuis (thermen), een installatie voor het zouten van vis, geometrische mozaïeken en marmeren zuilen. De villa is al sinds 1915 bekend en ligt pal naast een van de latere wachttorens, alsof twintig eeuwen kustgeschiedenis daar op een postzegel samenkomen.
Estebbuna: het Moorse fort dat de stad zijn naam gaf
De huidige naam van de stad duikt voor het eerst op in de Moorse periode, toen op deze plek een fort stond met de naam Estebbuna (ook overgeleverd als Al-estebunna of Astabbuna). Taalkundigen vermoeden dat die naam zelf teruggaat op een veel ouder, pre-Romeins toponiem, Istippo, dat via het laat-Romeinse Istippona in het Arabisch werd aangepast. De baai van Estepona was in 1342 zelfs het decor van een zeeslag tussen christelijke en Moorse vloten.
Aan de Moorse eeuwen kwam hier een einde in 1456-1457, toen de troepen van Hendrik IV van Castilië de plaats innamen. Rond 1501-1502 lieten de Katholieke Koningen Estepona herbevolken met 25 christelijke gezinnen uit het noorden van Spanje, herstelden ze de oude ommuring en bouwden ze een nieuw fort: het Castillo de San Luis. Eeuwenlang verdwenen de kasteelmuren achter aangebouwde huizen; na restauratie zijn de restanten in het oude centrum weer zichtbaar.
Zeven wachttorens langs 23 kilometer kust
Wie langs de kust van Estepona wandelt of rijdt, ziet ze nog steeds staan: de torres almenaras, zeven stuks verspreid over de circa 23 kilometer kust van de gemeente, van Arroyo Vaquero in het westen tot Baños (Casasola) in het oosten. Twee zijn van Moorse, vijf van christelijke oorsprong. Ze vormden eén waarschuwingsketen tegen piraten en invallen vanaf zee: overdag werd met rooksignalen geseind, 's nachts met vuur. Het systeem bleef tot in de 19e eeuw in gebruik. Voor huizenkopers zijn de torens vandaag vooral herkenningspunten: de kuststroken eromheen (Guadalmansa, Saladillo, El Padrón) zijn nu gewilde woonlocaties.
Wijnboeren en vissers: de eeuwen voor het toerisme
Lang voor de eerste toerist leefde Estepona van het land en de zee. In de 18e en 19e eeuw draaide de economie op wijnbouw; rond 1845-1850 produceerde de gemeente jaarlijks zo'n 8.000 arrobas wijn en 1.500 quintales rozijnen. Op zee visten de esteponeros op ansjovis, sardine en makreel. In 1729 kocht de stad zich met de Carta de Villazgo onder Filips V bestuurlijk vrij van Marbella, een onafhankelijkheid die tot op de dag van vandaag in de lokale identiteit doorklinkt. De vuurtoren op Punta Doncella kwam er in 1922, de vissershaven in de jaren dertig. Begin twintigste eeuw telde Estepona zo'n 9.000 inwoners, overwegend boeren en vissers; die visserstraditie leeft door in de haven, zoals je leest bij eten in Estepona.
De transformatie: Jardin de la Costa del Sol
Het Estepona dat bezoekers nu zo bekoort, is het resultaat van een bewuste keuze. In 2012 startte de gemeente het project "Estepona, Jardín de la Costa del Sol": zo'n 100 straten (14 kilometer) in het oude centrum kregen nieuwe bestrating, duizenden bomen en bloemen, en inmiddels meer dan 20.000 sierbloempotten in alle kleuren. In hetzelfde jaar begon de Ruta de Murales Artísticos, die is uitgegroeid tot 64 muurschilderingen door de hele stad, met als blikvanger "Día de Pesca" van José Fernández Ríos: circa 1.000 vierkante meter over zes gevels, de grootste mural op een bewoond gebouw van Spanje, en toepasselijk een eerbetoon aan de visserij.
In 2015 opende het Orquidario: een glazen kas van 1.000 vierkante meter met drie koepels (de hoogste 30 meter) in een botanisch park, met ruim 5.000 planten waaronder zo'n 1.300 orchideeensoorten, de grootste collectie van Spanje. In tien jaar trok het meer dan een half miljoen bezoekers. De transformatie leverde Estepona zijn bijnaam op, en, belangrijker voor wie er wil wonen: een oud centrum dat het hele jaar leeft in plaats van alleen in de zomer. Het feestritme van de stad, van de romeria in mei tot de feria in juli, hoort bij diezelfde levende identiteit.
Waarom deze geschiedenis telt als je er koopt
De geschiedenis van Estepona is geen decor maar een waardebepaler. De stad investeerde vijftien jaar consequent in haar eigen karakter, en dat betaalt zich uit in een centrum dat authentiek bleef terwijl de rest van de kust verengelste. Voor de woningmarkt betekent het: schaarse originele stadshuizen in het oude centrum, gewilde nieuwbouw aan de randen en een huurmarkt die op karakter drijft. Hoe je die markt betreedt lees je bij huis kopen in Estepona en het regioprofiel Estepona; voor een eerste kennismaking is er de reisgids Estepona.
